Print

‘Ik dacht dat het normaal was’

Dinsdag, 19 april 2005. Nieuws, Sanne van der Most, Metro

‘Ik dacht dat het normaal was’
De helft van de Kaapverdische meiden in Rotterdam wordt seksueel misbruikt door hun vader of stiefvader, zo bleek onlangs uit een (verkennend, Red.) PvdA onderzoek naar opgroeiende meiden in de havenstad. Toen Maria Lopes (40) het hoorde, geloofde ze het meteen. “Hoe ze aan die cijfers komen, begrijp ik niet, er rust zo’n groot taboe op dit onderwerp. Bijna niemand praat erover maar dat het gebeurt is zeker. Ik denk zelfs nog wel vaker.” Bij Lopes liet de ervaring tot op vandaag sporen achter. “Als ik een man een klein meisje zie vastpakken, gaan de rillingen door me heen.”

Deels zit het in de aard van de Kaapverdische mannen”,denkt Maria. “Ze hoeven maar een blote buik te zien en ze worden gek. Vooral in de zomer op de voetbalvelden als ze gedronken hebben; hoe ze dan naar die meisjes kijken. Het begint met een tikje op de kont en het gaat steeds verder. Maar ik merk ook dat de meiden van tegenwoordig steeds makkelijk worden. Als je ziet hoe ze zich kleden. Ze zijn tegenwoordig veel forser dan vroeger. De meeste mannen denken dat ze een jaar of achttien zijn maar vaak ze zijn pas dertien. Uiteindelijk zijn het toch de moeders die het laten gebeuren. Zij weten toch als geen ander hoe Kaapverdische mannen zijn en wat er kan gebeuren? Natuurlijk zeggen die moeders tegen hun dochter ‘kleed je niet zo aan’. Maar als zo’n meisje niet wordt verteld waarom ze dat niet moet doen, trekt ze toch haar eigen plan.”

Aan de beurt
Bij Maria begon het misbruik al op haar vijfde. In Kaapverdië ging ze in de weekenden naar een particuliere school; een privé-persoon die lesgeeft aan een groepje ki eren. “Op een dag kreeg ik straf. Ik had helemaal niks verkeerd gedaan maar ik moest blijven terwijl de andere kinderen naar huis mochten. Daar was ik dan, helemaal alleen met die leraar. Twintig was hij pas, nog heel jong eigenlijk. Omdat we in die tijd allemaal jurkjes droegen, kon hij er makkelijk bij. Ik moest op bed gaan liggen, hij duwde mijn slipje naar beneden en verkrachtte me. Ik weet nog heel goed dat ik daarna huilend en onder het bloed naar huis rende waar ik, jong als ik was, mijn onderbroekje ging uitwassen. Mijn oma, die mij opvoedde omdat mijn moeder en stiefvader al in Nederland woonden, mocht er absoluut niet achter komen.” Pas toen Maria op haar elfde zelf ook naar Nederland verhuisde, kwam alles eruit. “Ik werd voor het eerst ongesteld en raakte in paniek door al dat bloed. Mijn oma ging helemaal door het lint en vroeg welke man me had aangeraakt.Toen het hele verhaal over Kaapverdië eruit kwam, negeerde ze het compleet. Daarom dacht ik dat het normaal was.”

Vanaf dat moment begon de ellende pas echt. Als Maria in een korte broek liep, werd haar stiefvader helemaal gek. “Van een afstand maakte hij van die aftrekbewegingen die alleen ik kon zien. ‘s Morgens wachtte hij tot mijn moeder naar haar werk ging en dan beklom hij mij. Het was altijd een gevecht, niet alleen geestelijk maar ook lichamelijk. Ik voelde me zo vies en minderwaardig. Mijn oom deed precies hetzelfde en mijn broer ook. Soms liet hij een boodschap bij mijn oma achter dat ik langs moest komen omdat hij me nodig had. En dat deed ik dan. Rok omhoog en het gebeurde. Wat ik voelde, interesseerde hem niet. Ook de vrienden van mijn stiefvader deden het. Als wij met de bus weggingen, vroegen ze ‘mag je dochter naast mij komen zitten?’ Alsof ze met elkaar afspraken wie er aan de beurt was.”

De vuile was
Maria durfde er met niemand over te praten. Zelfs niet met haar beste vriendinnen. Pas toen haar moeder haar geslagen had en ze onder de blauwe plekken bij de kinderbescherming zat, kwam alles eruit. “Daar vertelden ze me dat het niet normaal was en dat niemand op die manier aan me mocht zitten.” Toen Maria’s stiefvader vijf jaar geleden overleed, heeft ze het hem vergeven. Tot op de dag van vandaag heeft ze er met haar moeder en oma niet over gepraat. “Zo gaat het in veel gezinnen”, weet Maria. “De meiden denken dat het erbij hoort. Het zijn ook bijna altijd vrienden van de familie en bekenden uit de gemeenschap en daarom denken die meisjes dat ze er niks van mogen zeggen. Ik dank god op mijn knieën dat ik zoons heb en geen dochters. Daar hoef ik me tenminste geen zorgen over te maken.”

De gebeurtenissen uit haar jeugd hebben Maria’s hele leven veranderd. “Het blijft je voor altijd volgen. Die meiden krijgen echt niet zomaar een gelukkige relatie. Ik ben zelf net veertig en eigenlijk pas nu dit nieuws over die mishandeling naar buiten komt, dringt het tot me door dat ik het heb verwerkt. Mijn eerste reactie was ‘hoe zou ik ze kunnen helpen zodat hen niet hetzelfde overkomt?’ Ik schrijf veel over wat ik voel. Door een boek te schrijven over mijn ervaringen kan ik anderen misschien helpen. Ik weet dat er in onze gemeenschap een taboe op dit onderwerp rust en dat heel veel mensen mij kwalijk zullen nemen dat ik ‘de vuile was’ buitenhang maar toch wil ik het doen en dan onder mijn eigen naam. Desnoods verhuis ik naar een andere stad. Ik heb het er voor over.”

Sanne van der Most
Vanwege privacyredenen is de naam van Maria Lopes veranderd.

Verschenen in de metro van dinsdag 19 april

Reactieformulier

Reageren kan op twee manieren:

  1. Met je naam en e-mailadres: je moet je reactie per e-mail bevestigen.
  2. Met je eigen account: je reactie wordt automatisch geplaatst. Hiervoor moet je wel ingelogd zijn.