Meest gelezen in de afgelopen maand
Wijkcentrum leeggehaald door portefeuillehouder IJsselmonde
4 mei 2012
Onderzoek petjesverbod
27 april 2012
Brandveiligheid antikraakwoningen Clara en Zuiderziekenhuis
4 mei 2012
Sneller duidelijkheid over omgang korps met agenten met PTSS
8 mei 2012
Eerste Spiekmanlezing groot succes!
2 mei 2012
Het Wajong-drama
Dinsdag, 17 juni 2008. In de media, Fouad el Haji & Birsel Gülmüs
Het gaat niet goed met de jonggehandicapten. Het aantal Wajong-gerechtigden neemt dramatisch toe en slechts weinigen vinden de weg naar de arbeidsmarkt. Wat is daaraan te doen? En welke rol kunnen gemeenten daarbij spelen?
Het aantal uitkeringsgerechtigden in Nederland daalt de laatste tijd sterk. Dit geldt niet alleen voor het aantal mensen in de Bijstand, maar evenzeer voor mensen met een WAO- of een WW-uitkering. Eén groep uitkeringsgerechtigden mag helaas nog niet in deze vreugde delen, namelijk de Wajong-gerechtigden, de groep jong gehandicapten die geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. In plaats van een daling laat hun aantal juist een sterke stijging zien. Alle vacatures ten spijt, deze gaan volledig voorbij aan de tienduizenden werkzoekende Wajong-gerechtigden in Nederland. Zowel Wouter Bos als verantwoordelijk staatssecretaris Aboutaleb hebben hun zorg hierover al meerdere malen geuit. Maar wie maakt zich eigenlijk geen zorgen over de Wajong? De Sociaal Economische Raad, de Raad van State en het Centraal Planbureau doen dat namelijk ook en laten dit gepaard gaan met veel morele verontwaardiging.
Concrete maatregelen zijn tot dusverre uitgebleven, met het reële risico dat de Wajong- regeling straks in zijn geheel op de helling gaat. Minister Donner (Sociale Zaken) heeft al gezinspeeld op het optrekken van de leeftijdsgrens om voor een Wajong-uitkering in aanmerking te komen. Dit gebeurt namelijk wel vaker als een regeling in de ogen van Den Haag te duur wordt. Dit zou in dit geval te kort door de bocht zijn. Wie zich namelijk goed in het onderwerp verdiept, kan maar één conclusie trekken: de stijging van het aantal Wajongers is het directe gevolg, noem het een neveneffect, van eerdere maatregelen die bewust werden genomen. Daarnaast is nergens in de Wajong een prikkel ingebouwd die tot activering naar werk stimuleert.
In deze bijdrage zetten we de belangrijkste feiten en oorzaken van de stijging van het aantal Wajongers op een rij en doen we enkele aanbevelingen voor verbeteringen.
Wat is de Wajong?
De Wajong is een wet die in het inkomen voorziet van mensen die al op jonge leeftijd arbeidsongeschikt zijn geworden. Zij worden ook jonggehandicapten genoemd. Voor studerenden ligt de grens op 30 jaar en niet-studerenden al op 17 jaar. Om voor een Wajong-uitkering in aanmerking te komen, moet je vóór deze leeftijdsgrens minstens 25 procent arbeidsongeschikt zijn. In de praktijk blijkt trouwens 98% volledig arbeidsongeschikt. Het gaat dan vooral om verstandelijke beperkingen waar de mensen de rest van hun leven letterlijk mee moeten leren leven. Meer concreet gaat het om beperkingen en aandoeningen als borderline, ADHD, autisme, depressiviteit, schizofrenie, maar ook combinaties van beperkingen en aandoeningen komen erg vaak voor. Cynici spreken in dit verband over het medicaliseren van lastig gedrag, ‘want’ zeggen ze: ‘het zijn overwegend gedragsproblemen en het zijn overwegend jongens.’
De feiten op een rij
Op dit moment zijn er zo’n 160.000 Wajong-gerechtigden. Als de stijging zich met het huidige tempo doorzet, zal het aantal op termijn verdubbelen. De schattingen lopen dan uiteen van 300.000 tot 400.000. Dan hebben we het misschien over het jaar 2020, maar toch. Nu al is de instroom in de Wajong twee keer zo hoog als in 2002. Bovendien stroomt anno 2007 één op de vier uit de Wajong naar werk. In 2002 was dat één op de twee.
Al met al genoeg reden om de situatie tegen het licht te houden. Waar het hier om gaat is niet dat er veel of weinig gehandicapten zijn, want hun aantal zelf is niet wezenlijk veranderd. Maar de stijging van het aantal Wajongers is zo opvallend, dat deze meteen vragen oproept die beantwoord moeten worden. Juist nu het aantal vacatures historisch hoog en het aantal werklozen historisch laag zijn, moet er genoeg ruimte zijn voor arbeidsgehandicapten op de werkplek.
Oorzaken van de stijging
Zoals al in onze inleiding vermeld, mag de stijging van het aantal Wajongers geen verrassing zijn. Ook de vergelijking met de WAO, die destijds massaal en oogluikend misbruikt werd, mist elke grond. De Wajong wordt namelijk niet misbruikt. Meerdere analyses geven aan dat de stijging het gevolg is van eerdere maatregelen die op dat moment evident leken. We noemen:
- de beslissing om kinderen met ontwikkelingsstoornissen sneller naar het Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) te verwijzen omdat ze daar beter op hun plaats zouden zijn. Dit is niet alleen beter voor het kind, maar ook beter voor zijn leerkracht die eigenlijk te weinig tijd en dus te weinig aandacht voor hem heeft. En laat nu het Voortgezet Speciaal Onderwijs, met een aandeel van 40%, verantwoordelijk zijn voor de grootste stijging van het aantal Wajongers.
- de plicht die de Wet werk en bijstand aan gemeenten oplegt om het aantal bijstandsgerechtigden omlaag te brengen. Gemeenten die dat niet doen, moeten die uitkeringen zelf betalen. Wajong-uitkeringen worden daarentegen door de Rijksoverheid betaald. Het omlaag brengen van het aantal Bijstandsuitkeringen doen gemeenten door mensen aan het werk te krijgen, maar ook door mensen die bijvoorbeeld arbeidsongeschikt zijn, naar de Wajong te sturen, en dat gebeurt ook want één op de vier instromers komt uit de Bijstand. Bedenk daarbij ook dat een bijstandsuitkering voor jongeren tot 23 jaar sinds enkele jaren niet meer zo vanzelfsprekend is.
- daarnaast zijn er ook maatschappelijke ontwikkelingen aan te wijzen die onmiskenbaar een stijging van het aantal Wajongers tot gevolg hebben gehad. Dankzij verbeterde medische inzichten worden bepaalde aandoeningen en ontwikkelingsstoornissen sneller en beter herkend. Wat is daar mis mee? Dat volgens het huidige systeem iedere autist of ADHD- patiënt automatisch volledig wordt afgekeurd. Tegelijkertijd is het goed te weten dat het vaak gaat om mensen met een meervoudige beperking of aandoening.
Maar natuurlijk valt er ook op de Wajong zelf heel wat aan te merken, want hoe kun je mensen al vanaf hun 17de levenslang tot de Wajong veroordelen terwijl er nog geen inzicht is in wat ze qua werk wel of niet kunnen, hun klachten zich nog ontwikkelen en de medische inzichten steeds verbeteren. In tegenstelling tot wetten als de WIA, de WW en de WWB, waar het zoeken naar werk boven alles gaat, al is het naar vermogen, ontbreekt in de Wajong elke activerende prikkel, zowel bij de dienstverlenende instanties die bij de uitvoering zijn betrokken, zoals scholen, UWV en CWI, als bij de betrokken Wajongers zelf. Nergens is een taakstelling ten aanzien re-integratie naar werk verankerd. Niet vreemd dat jonggehandicapten hun leven lang tegen wil en dank in de Wajong blijven, want in de Wajong ben je invalide voor het leven.
Daarnaast kleven aan de Wajong zoveel factoren die uitstroom belemmeren, dat ook daar eens goed naar gekeken moet worden. Wat te denken bijvoorbeeld van de wachtlijsten in de sociale werkvoorziening en in de begeleidende en verzorgende sfeer. We hebben het immers over mensen die blijvende zorg en begeleiding nodig hebben en zolang deze niet voorhanden zijn, moet de rest per definitie wachten.
Een andere oorzaak is dat het aan de kant van werkgevers aan stimulansen ontbreekt om gehandicapten in dienst te nemen. Wat we nu zien zijn werkgevers die soms wel bereid zijn gehandicapten tijdelijk in dienst te nemen, en daarna nog een keer, maar er vervolgens voor terugdeinzen om hen in vaste dienst te nemen omdat het risico naar eigen zeggen te groot is. Tegen deze achtergrond deinzen gehandicapten er ook voor terug om te solliciteren. Het resultaat is een vraag en aanbod die gefrustreerd wordt door onvoldoende garanties aan beide kanten.
Aanbevelingen
Willen we voorkomen dat de Wajong straks op de helling gaat, dan is dit de hoogste tijd om eens goed na te denken over aanpassingen in deze regeling. Om te beginnen moet ook in de Wajong, net als bij andere voorzieningen, werk naar vermogen het uitgangspunt zijn. Een dergelijke prikkel moet zoveel mogelijk verdeeld worden over de betrokken instanties, de werkgevers als de Wajongers zelf, maar geef ook gemeenten hier een taak in. Zij hebben de afgelopen jaren vel expertise ontwikkeld op het gebied van re-integratie. Dat alle betrokkenen hard werken aan het welzijn van de gehandicapten, is boven elke twijfel verheven, maar het genereren van meer uitstroom naar werk, daar ontbreekt het nog aan.
Cijfers tonen aan dat werkgevers wel bereid zijn om gehandicapten een tijdelijk dienstverband aan te bieden maar het risico van een vast dienstverband nog te groot vinden. Eigenlijk hetzelfde probleem waar de Taskforce Jeugdwerkloosheid mee geconfronteerd werd en wat met een speciale polis werd ondervangen. Het introduceren van een soortgelijke polis voor gehandicapten verdient wat ons betreft een serieuze kans.
We hebben eerder betoogd dat gebrekkige uitstroom mede het gevolg is van wachtlijsten in de sociale werkvoorziening en de wachtlijsten in de begeleidende en verzorgende sfeer. De factor gebrekkig samenwerkende instanties valt ook niet uit te sluiten, maar als dit het gevolg is van kwalitatieve en/of kwantitatieve capaciteitsproblemen bij de desbetreffende instanties, is er alle reden om daar naar te kijken en daar iets aan te doen.
Maar de allerbelangrijkste taak voor ons allen is en blijft het bieden van ruimte op de werkvloer aan arbeidsgehandicapten en ze het gevoel geven dat ze er ook bij horen in plaats van te suggereren dat zij te duur of ons tot last zijn. In het effenen van dit pad ligt een dankbare taak voor alle partijen, zowel publiek als privaat.
Dit artikel is verschenen in het Lokaal Bestuur van juni 2008
Het aantal uitkeringsgerechtigden in Nederland daalt de laatste tijd sterk. Dit geldt niet alleen voor het aantal mensen in de Bijstand, maar evenzeer voor mensen met een WAO- of een WW-uitkering. Eén groep uitkeringsgerechtigden mag helaas nog niet in deze vreugde delen, namelijk de Wajong-gerechtigden, de groep jong gehandicapten die geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. In plaats van een daling laat hun aantal juist een sterke stijging zien. Alle vacatures ten spijt, deze gaan volledig voorbij aan de tienduizenden werkzoekende Wajong-gerechtigden in Nederland. Zowel Wouter Bos als verantwoordelijk staatssecretaris Aboutaleb hebben hun zorg hierover al meerdere malen geuit. Maar wie maakt zich eigenlijk geen zorgen over de Wajong? De Sociaal Economische Raad, de Raad van State en het Centraal Planbureau doen dat namelijk ook en laten dit gepaard gaan met veel morele verontwaardiging.
Concrete maatregelen zijn tot dusverre uitgebleven, met het reële risico dat de Wajong- regeling straks in zijn geheel op de helling gaat. Minister Donner (Sociale Zaken) heeft al gezinspeeld op het optrekken van de leeftijdsgrens om voor een Wajong-uitkering in aanmerking te komen. Dit gebeurt namelijk wel vaker als een regeling in de ogen van Den Haag te duur wordt. Dit zou in dit geval te kort door de bocht zijn. Wie zich namelijk goed in het onderwerp verdiept, kan maar één conclusie trekken: de stijging van het aantal Wajongers is het directe gevolg, noem het een neveneffect, van eerdere maatregelen die bewust werden genomen. Daarnaast is nergens in de Wajong een prikkel ingebouwd die tot activering naar werk stimuleert.
In deze bijdrage zetten we de belangrijkste feiten en oorzaken van de stijging van het aantal Wajongers op een rij en doen we enkele aanbevelingen voor verbeteringen.
Wat is de Wajong?
De Wajong is een wet die in het inkomen voorziet van mensen die al op jonge leeftijd arbeidsongeschikt zijn geworden. Zij worden ook jonggehandicapten genoemd. Voor studerenden ligt de grens op 30 jaar en niet-studerenden al op 17 jaar. Om voor een Wajong-uitkering in aanmerking te komen, moet je vóór deze leeftijdsgrens minstens 25 procent arbeidsongeschikt zijn. In de praktijk blijkt trouwens 98% volledig arbeidsongeschikt. Het gaat dan vooral om verstandelijke beperkingen waar de mensen de rest van hun leven letterlijk mee moeten leren leven. Meer concreet gaat het om beperkingen en aandoeningen als borderline, ADHD, autisme, depressiviteit, schizofrenie, maar ook combinaties van beperkingen en aandoeningen komen erg vaak voor. Cynici spreken in dit verband over het medicaliseren van lastig gedrag, ‘want’ zeggen ze: ‘het zijn overwegend gedragsproblemen en het zijn overwegend jongens.’
De feiten op een rij
Op dit moment zijn er zo’n 160.000 Wajong-gerechtigden. Als de stijging zich met het huidige tempo doorzet, zal het aantal op termijn verdubbelen. De schattingen lopen dan uiteen van 300.000 tot 400.000. Dan hebben we het misschien over het jaar 2020, maar toch. Nu al is de instroom in de Wajong twee keer zo hoog als in 2002. Bovendien stroomt anno 2007 één op de vier uit de Wajong naar werk. In 2002 was dat één op de twee.
Al met al genoeg reden om de situatie tegen het licht te houden. Waar het hier om gaat is niet dat er veel of weinig gehandicapten zijn, want hun aantal zelf is niet wezenlijk veranderd. Maar de stijging van het aantal Wajongers is zo opvallend, dat deze meteen vragen oproept die beantwoord moeten worden. Juist nu het aantal vacatures historisch hoog en het aantal werklozen historisch laag zijn, moet er genoeg ruimte zijn voor arbeidsgehandicapten op de werkplek.
Oorzaken van de stijging
Zoals al in onze inleiding vermeld, mag de stijging van het aantal Wajongers geen verrassing zijn. Ook de vergelijking met de WAO, die destijds massaal en oogluikend misbruikt werd, mist elke grond. De Wajong wordt namelijk niet misbruikt. Meerdere analyses geven aan dat de stijging het gevolg is van eerdere maatregelen die op dat moment evident leken. We noemen:
- de beslissing om kinderen met ontwikkelingsstoornissen sneller naar het Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) te verwijzen omdat ze daar beter op hun plaats zouden zijn. Dit is niet alleen beter voor het kind, maar ook beter voor zijn leerkracht die eigenlijk te weinig tijd en dus te weinig aandacht voor hem heeft. En laat nu het Voortgezet Speciaal Onderwijs, met een aandeel van 40%, verantwoordelijk zijn voor de grootste stijging van het aantal Wajongers.
- de plicht die de Wet werk en bijstand aan gemeenten oplegt om het aantal bijstandsgerechtigden omlaag te brengen. Gemeenten die dat niet doen, moeten die uitkeringen zelf betalen. Wajong-uitkeringen worden daarentegen door de Rijksoverheid betaald. Het omlaag brengen van het aantal Bijstandsuitkeringen doen gemeenten door mensen aan het werk te krijgen, maar ook door mensen die bijvoorbeeld arbeidsongeschikt zijn, naar de Wajong te sturen, en dat gebeurt ook want één op de vier instromers komt uit de Bijstand. Bedenk daarbij ook dat een bijstandsuitkering voor jongeren tot 23 jaar sinds enkele jaren niet meer zo vanzelfsprekend is.
- daarnaast zijn er ook maatschappelijke ontwikkelingen aan te wijzen die onmiskenbaar een stijging van het aantal Wajongers tot gevolg hebben gehad. Dankzij verbeterde medische inzichten worden bepaalde aandoeningen en ontwikkelingsstoornissen sneller en beter herkend. Wat is daar mis mee? Dat volgens het huidige systeem iedere autist of ADHD- patiënt automatisch volledig wordt afgekeurd. Tegelijkertijd is het goed te weten dat het vaak gaat om mensen met een meervoudige beperking of aandoening.
Maar natuurlijk valt er ook op de Wajong zelf heel wat aan te merken, want hoe kun je mensen al vanaf hun 17de levenslang tot de Wajong veroordelen terwijl er nog geen inzicht is in wat ze qua werk wel of niet kunnen, hun klachten zich nog ontwikkelen en de medische inzichten steeds verbeteren. In tegenstelling tot wetten als de WIA, de WW en de WWB, waar het zoeken naar werk boven alles gaat, al is het naar vermogen, ontbreekt in de Wajong elke activerende prikkel, zowel bij de dienstverlenende instanties die bij de uitvoering zijn betrokken, zoals scholen, UWV en CWI, als bij de betrokken Wajongers zelf. Nergens is een taakstelling ten aanzien re-integratie naar werk verankerd. Niet vreemd dat jonggehandicapten hun leven lang tegen wil en dank in de Wajong blijven, want in de Wajong ben je invalide voor het leven.
Daarnaast kleven aan de Wajong zoveel factoren die uitstroom belemmeren, dat ook daar eens goed naar gekeken moet worden. Wat te denken bijvoorbeeld van de wachtlijsten in de sociale werkvoorziening en in de begeleidende en verzorgende sfeer. We hebben het immers over mensen die blijvende zorg en begeleiding nodig hebben en zolang deze niet voorhanden zijn, moet de rest per definitie wachten.
Een andere oorzaak is dat het aan de kant van werkgevers aan stimulansen ontbreekt om gehandicapten in dienst te nemen. Wat we nu zien zijn werkgevers die soms wel bereid zijn gehandicapten tijdelijk in dienst te nemen, en daarna nog een keer, maar er vervolgens voor terugdeinzen om hen in vaste dienst te nemen omdat het risico naar eigen zeggen te groot is. Tegen deze achtergrond deinzen gehandicapten er ook voor terug om te solliciteren. Het resultaat is een vraag en aanbod die gefrustreerd wordt door onvoldoende garanties aan beide kanten.
Aanbevelingen
Willen we voorkomen dat de Wajong straks op de helling gaat, dan is dit de hoogste tijd om eens goed na te denken over aanpassingen in deze regeling. Om te beginnen moet ook in de Wajong, net als bij andere voorzieningen, werk naar vermogen het uitgangspunt zijn. Een dergelijke prikkel moet zoveel mogelijk verdeeld worden over de betrokken instanties, de werkgevers als de Wajongers zelf, maar geef ook gemeenten hier een taak in. Zij hebben de afgelopen jaren vel expertise ontwikkeld op het gebied van re-integratie. Dat alle betrokkenen hard werken aan het welzijn van de gehandicapten, is boven elke twijfel verheven, maar het genereren van meer uitstroom naar werk, daar ontbreekt het nog aan.
Cijfers tonen aan dat werkgevers wel bereid zijn om gehandicapten een tijdelijk dienstverband aan te bieden maar het risico van een vast dienstverband nog te groot vinden. Eigenlijk hetzelfde probleem waar de Taskforce Jeugdwerkloosheid mee geconfronteerd werd en wat met een speciale polis werd ondervangen. Het introduceren van een soortgelijke polis voor gehandicapten verdient wat ons betreft een serieuze kans.
We hebben eerder betoogd dat gebrekkige uitstroom mede het gevolg is van wachtlijsten in de sociale werkvoorziening en de wachtlijsten in de begeleidende en verzorgende sfeer. De factor gebrekkig samenwerkende instanties valt ook niet uit te sluiten, maar als dit het gevolg is van kwalitatieve en/of kwantitatieve capaciteitsproblemen bij de desbetreffende instanties, is er alle reden om daar naar te kijken en daar iets aan te doen.
Maar de allerbelangrijkste taak voor ons allen is en blijft het bieden van ruimte op de werkvloer aan arbeidsgehandicapten en ze het gevoel geven dat ze er ook bij horen in plaats van te suggereren dat zij te duur of ons tot last zijn. In het effenen van dit pad ligt een dankbare taak voor alle partijen, zowel publiek als privaat.
Dit artikel is verschenen in het Lokaal Bestuur van juni 2008
Gerelateerde dossiers
Agenda
PvdA Netwerkborrel
25 mei 2012
Conferentie over de toekomst van Nederland
26 mei 2012
PvdA op Dunya festival!
27 mei 2012