Print

Bitterzoet kerstwonder

Zondag, 25 december 2011. Column, Kerstcolumn van Fouad el Haji

Bitterzoet kerstwonder

Het mocht eigenlijk geen naam hebben, maar ik heb geprobeerd een illegaal te helpen. Aan onderdak, aan eten, aan een luisterend oor. Ik raakte met hem in gesprek.  Het was zomer 2010 en het was allemaal tevergeefs.

"Ik heb er een zwerversbestaan van 21 jaar op zitten. Heb inmiddels ook 3 kinderen, ook illegaal. Niet dat ik ze vaak zie, maar het zijn wel mijn kinderen, al kan ik weinig voor ze doen. Overdag zwerf ik op straat, s avonds zwerf ik van noodopvang naar noodopvang, douchen en tandenpoetsen doe ik bij de Pauluskerk. Mijn kinderen gaan naar school, want ze vallen onder de leerplicht. Maar zodra ze achttien zijn, zullen ze het land moeten verlaten. Dat is hun raam op de toekomst en dat is hun enkele reis naar hun lot. Ik word er namelijk zwaar op aangekeken, weet u." Of ik iets voor hem kon betekenen, was zijn indringende vraag.

"Maar meneer, u zult vast wel weten dat hulp bieden aan illegalen of aan hun kinderen strafbaar is. Dat staat in de wet, en ik ben van de gemeente dus …". Ik keek er een beetje moeilijk bij, met een traan in mijn ogen en een blik van …ik wil wel maar ik mag niet. Al koop je onder deze omstandigheden bijzonder weinig voor je tranen.

Daarop haalde hij een medische verklaring tevoorschijn. Een wel heel korte verklaring.

De verklaring van de medisch specialist luidde kort maar krachtig: Deze illegaal is terminaal. Hij heeft nog slechts enkele weken tot enkele maanden te gaan.

"Nee, ja, de dokter is wel duidelijk", zei ik tegen hem.

Daarop haalde hij nog meer documenten tevoorschijn. "Kijk", zei hij, "mijn kinderen zijn allemaal Rotterdammers". En inderdaad, drie geboortebewijzen van het Stadhuis die dat onomstotelijk bewijzen.

"Het gaat niet om hem. Hij gaat binnenkort wel dood en dan is hij klaar met ons. Het gaat om zijn kinderen. Een beschaafde samenleving als de onze moet het toch kunnen opbrengen om deze kinderen eindelijk eens van hun illegaliteit te verlossen. Waar moeten ze heen dan, nu hun vader op sterven ligt?" vroeg ik een dag later met gebroken stem aan de dienstdoende ambtenaar van vreemdelingenzaken. Maar de ambtenaar was niet van zijn stuk te brengen.

"Kijk", zei hij: "Dat de kinderen illegaal zijn is de verantwoordelijkheid van hun ouders. Dat bent u vast met me eens, en anders wil ik best het wetboek erbij pakken waar dat staat. En die beschaafde samenleving waar u het over heeft, die kijkt met grote belangstelling naar wat voor regering er straks komt".

"Maar u bent het toch met me eens dat zelfs het woord schrijnend een understatement is in deze situatie. Kunt u echt geen humanitaire poging wagen?" vroeg ik.

"Het heeft geen zin om je nek uit te steken als de kans op succes nihil is, want dan maak je slapende honden wakker." zei de goede man, die ook maar z’n werk deed.

Het laatste wat ik van de illegale man hoorde is dat hij in een hospies op de Nieuwe Binnenweg was opgenomen. Nog een keer had ik hem aan de telefoon. Hij zei dat hij tijdens onze eerdere ontmoeting het licht in m’n ogen had zien schijnen. Toen wist ik genoeg. Deze illegaal was inderdaad terminaal. Een week later was hij dood. Ik stak een kaarsje voor de man aan. Meer kon ik niet doen.  Niemand wil immers z’n nek uitsteken voor een zaak die blijkbaar geen zaak is. Ik ook niet. En ik wilde al helemaal geen slapende honden wakker maken. 

Ruim twee maanden na de begrafenis van hun vader, kregen de kinderen een brief van de IND. Zij mochten in Nederland blijven. De kinderen keken elkaar eerst verontwaardigd aan maar sprongen al snel een gat in de lucht. Nog voor kerst waren al hun papieren dik  in orde. Maar humanitair? Nee, niks humanitair. Door een persoonsverwisseling van hun vader met een naamgenoot, kon hij en daarmee zijn kinderen, geen aanspraak maken op een verblijfstitel. Nu die persoonsverwisseling een tragisch misverstand is gebleken, was er geen reden meer om de kinderen als illegalen te blijven behandelen. En zo konden de kinderen voor het eerst sinds hun geboorte zonder angst kerst vieren, al is het de eerste kerst zonder hun vader.

Gerelateerd dossier