Print

100 dagen in Rotterdam

Zaterdag, 30 juni 2007. In de media, Lokaal Bestuur, Kirsten Verdel

De afgelopen maanden gingen ministers en staatssecretarissen op tournee. 100 dagen lang trokken zij het land in. Bewindspersonen gingen het gesprek aan met burgers, bedrijven en koepelorganisaties over de invulling van de plannen uit het coalitieakkoord. Een unieke aanpak, of toch niet?
Het kabinet benut de diverse suggesties en ideeën naar eigen zeggen ‘om het coalitieakkoord uit te werken tot een concreet beleidsprogramma.’ Dit beleidsprogramma is op 14 juni, kort na het ter perse gaan van dit nummer (Lokaal Bestuur juni 2007), gepresenteerd, waarna het met Prinsjesdag met een begroting wordt uitgewerkt in de Miljoenennota. Het idee voor de 100 dagen tour is niet uit de lucht komen vallen. Na de gemeenteraadsverkiezingen van maart vorig jaar startte het college van B&W in Rotterdam al met een 100 dagen tour. Lokaal Bestuur sprak daarover met PvdA-wethouders Hamit Karakus en Jantine Kriens.
Wie: Hamit Karakus (wethouder wonen en ruimtelijke ordening) en Jantine Kriens (wethouder volksgezondheid, welzijn en maatschappelijke opvang).
Waar: Rotterdam

Waar kwam de Rotterdamse 100 dagen tour vandaan?
Hamit: ‘Dat was in het coalitieakkoord geregeld. Het kwam in feite uit de koker van onze eigen partij. Tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen gingen we als PvdA uitgebreid de stad in. De 24x24 tour was daar het beste voorbeeld van. 24 keer gingen 24 PvdA’ers toen op stap met Rotterdammers. Als je echt wilt weten wat er leeft in een stad, dan moet je regelmatig weg van je bureau om zelf te zien en te horen wat er gebeurt. De werkelijkheid in het stadhuis is niet de werkelijkheid van Rotterdammers. Het doel van de tour was tweeledig: we wilden praten met Rotterdammers om te peilen wat hen bezig houdt en we wilden ook de daadkracht van het college laten zien.’

Hoe lieten jullie die daadkracht zien dan?
Jantine: ‘In tegenstelling tot wat het kabinet nu gedaan heeft gingen wij niet alleen de stad in om te praten tijdens onze 100 dagen tour. Wij hadden een lijst opgesteld met 37 dingen met een positieve uitstraling die we in die 100 dagen wilden realiseren. Vaak kleine, maar erg praktische zaken. Bijvoorbeeld het omvormen van vijf schoolpleinen tot speelplekken, het plaatsen van bloembakken door de hele stad, extra fietsenrekken bij Rotterdam CS.’

Was er een onderverdeling gemaakt voor die 37 zaken?
Hamit: ‘Elke wethouder had zijn eigen speerpunten. Zo heb ik me bijvoorbeeld bezig gehouden met het realiseren van 50 woonstudio’s en het instellen van een meldpunt asociale verhuurders. Jantine heeft er onder andere voor gezorgd dat daders van huiselijk geweld verplicht een anti-agressie training krijgen. We hebben niet alles in die 100 dagen voor elkaar weten te krijgen, maar wel het meeste.’

Het was dus niet alleen praten maar ook doen tijdens de 100 dagen tour?
Jantine: ‘Inderdaad. Rotterdam is toch de stad van handen uit de mouwen, dus we wilden het niet bij alleen praten laten. Dat het kabinet dit wel deed, heeft voor hen tot enigszins negatieve publiciteit geleid. Oppositiepartijen en media klaagden dat het doodstil was rond het kabinet. Eerst was er een lange formatieperiode waarin zoals men zei ‘het land niet geregeerd werd’ en daarna kwamen er nog eens 100 dagen overheen waarin er nog méér werd gepraat. Daarmee leek het dat het nieuwe kabinet niet erg daadkrachtig was, terwijl er achter de schermen natuurlijk ontzettend veel gebeurde. Maar dat was niet zichtbaar voor het publiek.’

Werd er over het college in Rotterdam niet ook gezegd dat er niks gebeurde tijdens de 100 dagen periode?
Jantine: ‘De onderhandelingen in Rotterdam hebben ook lang geduurd. De verkiezingen waren op 7 maart 2006 en het coalitieakkoord lag er pas op 18 mei. Maar toen zijn we wel direct aan de slag gegaan met die concrete zaken. Daar is vanuit de Rotterdamse samenleving erg positief op gereageerd. Zoiets simpels als het plaatsen van plantenbakken door de hele stad was heel leuk. Daaraan werd gekoppeld dat op verschillende plekken wethouders met mensen uit de buurt die bakken neer gingen zetten. Samen met bewoners en kinderen groeven we zelf de plantjes in. Ontzettend leuk om te doen en het is zo zichtbaar. De Maasboulevard staat nu volop in bloei. Je ziet rechtstreeks het resultaat van je inspanningen. Dat geeft mensen ook een prettig gevoel: Wat is Rotterdam toch eigenlijk mooi.’

Heb je met veel mensen gesproken in die 100 dagen?
Hamit: ‘Ik heb zelf met ongeveer 200 mensen gesproken. Dat is best veel en je leert er ook heel veel van, maar ik relativeer het wel. Er zijn ook nog 590.000 andere Rotterdammers die ik níet heb gesproken. Het is dus ook zaak om permanent in gesprek te blijven met de stad.’

Hoe doen jullie dat?
Jantine: ‘We zijn eigenlijk nooit gestopt met de 100 dagen tour. We gaan nog steeds met grote regelmaat de stad in. Toen er schriftelijke vragen werden gesteld door Leefbaar Rotterdam over een lekkage in Spangen die de schuld zou zijn van het Woningbouwbedrijf (WBR), stapte Hamit spontaan de auto in en reed naar het pand toe. De dag erna belde hij direct de directeur van de WBR. In de raad kreeg hij alle lof en zelfs vanuit Leefbaar werd hij genomineerd voor PvdA’er van het jaar! En als bijvoorbeeld dominee Visser van de Pauluskerk een pand kraakt, dan maken we voor diezelfde dag nog een afspraak met hem om erachter te komen wat er precies aan de hand is. Heel erg lik op stuk dus, meteen zelf gaan kijken en soms ook ingrijpen.’

De 100 dagen tour is dus structureel?
Jantine: ‘Alle wethouders hebben eens per maand een gesprek met 20 à 30 Rotterdammers die iets te maken hebben met hun portefeuille. Zo heb ik vorige maand gesproken met 30 mensen die arm zijn. Soms hebben we die mensen eerder ergens gesproken en dan nodigen we ze uit, soms worden mensen via via aangedragen voor die gesprekken. Er is zo langzamerhand een uitgebreid netwerk aan het ontstaan, de Band van Rotterdam noemen we dat, waarin steeds meer mensen worden opgenomen die betrokken zijn met de stad. De Band van Rotterdam is een netwerk van ideeën, dat is ontzettend waardevol.’

Is het college in Rotterdam nu meer buiten de deur dan het vorige college?
Hamit: ‘Volgens onze chauffeurs wel. Die wisten ons te melden dat het college 50 procent meer buiten het stadhuis dan in de voorgaande periode. Het is dan ook maar goed dat we met milieuvriendelijkere auto’s gaan rijden!’

Is de aanpak van het kabinet met zijn 100 dagen tour wel goed geweest?
Jantine: ‘Ja, de manier waarop het kabinet interesse toonde voor de wijken was heel goed. We kregen echt de kans om onze kant van het verhaal te laten zien. Neem minister Vogelaar. Zij heeft natuurlijk alle problemen heel uitgebreid op papier staan, maar haar bezoek aan Rotterdam gaf ons de kans om te laten zien wat er nu echt in de wijken speelde. Ella weet nu waar we het over hebben. Wij hoefden niet naar Den Haag te gaan, maar Den Haag kwam naar ons. Dat was heel goed. Den Haag was in de vorige kabinetsperiode letterlijk en figuurlijk veel afstandelijker. Als je het kabinet nu hoort spreken, dan is het een stuk herkenbaarder voor mensen. Ze spreken de taal van de mensen in het land veel beter.’

Is het idee voor de kabinetstour ‘gejat’ van Rotterdam?
Jantine: ‘Het kabinet heeft zijn tour opgezet naar het voorbeeld van wat we in Rotterdam gedaan hebben ja. Maar ze hebben het wel verkeerd gejat. Mijn persoonlijk assistente is wel eens gebeld door een medewerker van Ronald Plasterk en Peter van Heemst (fractievoorzitter PvdA in Rotterdam, red.) maar er had misschien wat structureler gesproken moeten worden over de manier waarop we de 100 dagen tour in Rotterdam aangepakt hebben. Het kabinet had moeten kiezen voor de handen-uit-de-mouwen aanpak. In hun 100 dagen hadden ze alvast wat concrete maatregelen moeten nemen. Eigenlijk hebben ze dat ook gedaan, maar niet onder die noemer. Dat de tandarts en de pil terug komen in het basispakket en dat het generaal pardon nu geregeld is hadden ze makkelijk onder de daadkrachtige noemer van de 100 dagen tour kunnen hangen. Publicitair gezien was dat veel slimmer geweest dan nu. Nu lijkt het net alsof het kabinet nog niets gedaan heeft, wat natuurlijk niet waar is.’

Wat was er niet goed aan de Rotterdamse 100 dagen tour? Wat deden jullie verkeerd?
Hamit: ‘We hadden meer aan het publiek moeten laten zien wat de 100 dagen ons hebben opgeleverd. Maar dat was lastig, er was weinig media-aandacht tijdens onze tour. De pers vond het niet interessant om te kijken hoe wij bloembakken plaatsten in de stad. Terwijl dat voor burgers juist hele herkenbare zaken waren. En niet alle plannen die we hadden tijdens de tour waren even realistisch. De eerste plons voor de Maasvlakte lukte niet. Maar daar zijn ook zoveel bestuurslagen bij betrokken, we hadden dat gewoon niet zelf in de hand.’

Wat kwam er uit de gesprekken met de stadsbewoners?
Hamit: ‘In het collegeprogramma ‘De stad van aanpakken’ hebben we ook geprobeerd alles zo concreet mogelijk te houden. We hebben bij elk van de vier onderdelen, sociaal, veilig, wonen en economie, kwantitatieve ambities geformuleerd waarop we afrekenbaar zijn. Dat hebben wij dan weer overgenomen van het Leefbaar college dat van 2002 tot 2006 de stad bestuurde. We hebben bijvoorbeeld gesteld dat er in 2010 20.000 meer Rotterdammers aan het werk moeten zijn dan nu, dat het aantal bijstandsuitkeringen met 7.500 omlaag moet en dat het aantal vroegtijdig schoolverlaters met 20 procent moet dalen. Burgemeester Opstelten heeft zelfs gezegd: ‘Als deze doelen niet worden gehaald en ik heb er geen goed verhaal bij, dan heeft Rotterdam recht op een andere burgemeester’. Nu gaat Opstelten over een paar jaar weliswaar sowieso weg, maar het gaat even om het idee.’

Wat is de belangrijkste les geweest van de 100 dagen tour?
Jantine: ‘Doordat we onszelf dwongen om voortdurend naar buiten te gaan raak je heel erg gefocust op uitvoering. Neem huiselijk geweld. Traditioneel is het zo dat je klaar bent als wethouder wanneer je je verhaal door de raad heen hebt geloodst. Maar omdat we nu voortdurend in contact blijven met hulpverleners en slachtoffers komen we steeds weer achter nieuwe dingen, waardoor we ons verhaal aan moet passen. Het andere grote voordeel is dat je voeling blijft houden met de sfeer in de stad. Uit onderzoek van het COS (Centrum voor Onderzoek en Statistiek) blijkt dat de nieuwe stijl van het college duidelijk herkend wordt. Ik zou verder het kabinet aan willen raden om de contacten met lokale bestuurders verder aan te trekken. Echt massa maken kun je niet in het kabinet, maar wel via lokale bestuurders. Er moet geïnvesteerd worden in persoonlijke relaties. Niet alleen door het kabinet als geheel, maar ook binnen onze eigen partij. We zijn als PvdA niet altijd even goed in het investeren in persoonlijke relaties. Daar is ook voor ons nog een wereld te winnen.’

Dit artikel verscheen eerder in 'Lokaal Bestuur' van juni 2007
Alles over Dominic Schrijer

Agenda