In de afgelopen raadsperiode (2006-2010) werd er in Overschie op zeer constructieve wijze gewerkt door alle partijen (VVD, Leefbaar Rotterdam, Groen Links, CDA, Belangen Overschie en de PvdA), ondanks het feit dat alleen de laatste drie in de coalitie zaten. Portefeuillehouder Algemene Zaken, Jan Markerink van de PvdA, had als opdracht mee gekregen om namens het dagelijks bestuur, een voorstel te doen over bestuurlijke vernieuwing. Door de goede sfeer in de raad was dit het juiste moment om hier naar te kijken. Het voorstel kwam er en droeg de naam: ‘Gewoonte brengt je van A naar B, maar verbeelding brengt je overal’.
Het voorstel werd door alle partijen als zeer positief ervaren en de partijen namen zich voor om dit aan hun achterban voor te leggen. Als die er achter stond zou de raad er na de verkiezingen mee aan de slag gaan. Na de verkiezingen bleek er een meerderheid in de raad voor te zijn.
Het voorstel kwam in de kern op het volgende neer: Er wordt geen coalitie door partijen gesloten maar een raadsbrede coalitie op onderwerpen. Dat houdt in dat er een raadsprogramma komt (en geen bestuursprogramma) waarin staat waar de partijen elkaar gevonden hebben. Coalities worden vervolgens op onderwerpen gezocht en gevonden. De raad geeft het bestuur, met op kwaliteit gekozen bestuurders (dus niet op kleur), opdrachten en zij controleren de resultaten. Zoals het dualisme ook bedoeld is.
Een voordeel bij het kiezen van bestuurders op kwaliteit is dat er een functieprofiel gemaakt wordt en dat het presidium een sollicitatieprocedure start, waaruit bestuurders moeten komen die raadsbreed op steun kunnen rekenen. Daarnaast hoeven er niet meer bestuurders te worden benoemd dan voor het werk nodig is (in het verleden moesten alle coalitiepartners tevreden worden gehouden, waardoor er meer bestuurders werden aangesteld dan nodig was). De bestuurders kunnen het werk op een goede manier verdelen en er wordt minder ‘politiek’ bedreven binnen het bestuur: doen, niet discussiëren. Dit is naast functioneel ook het minst duur.
Een ander voordeel is dat de raad veel meer aan het roer komt te staan. Partijen kunnen hun ideeën formuleren en er in de raad draagvlak voor zoeken. Dat maakt wel dat ook de raad kwalitatief goed moet zijn. De raadsleden zullen ook actief moeten zijn en hun bijdrage leveren. Daar ligt een uitdaging voor de partijen om te zorgen voor goede mensen op de kandidatenlijst en om de burgers te betrekken bij de besluitvorming van die partijen (ook wel volksvertegenwoordiging genoemd).
Overschie is een kleine deelgemeente, waardoor de conclusie van de deelraad was dat twee bestuurders voldoende is om het werk te doen. Dit zorgde echter voor het probleem dat in de Deelgemeente verordening (artikel 26) staat dat het dagelijks bestuur moet bestaan uit minimaal 3 leden. Nu hadden we kunnen kiezen voor drie parttimers, maar dat is minder efficiënt en bovendien komt het inkomen dan onder druk te staan en zul je minder snel gekwalificeerde bestuurders vinden. Daarom heeft de raad gekozen voor twee bestuurders die full-time aan de slag zijn gegaan. De derde portefeuille is voorlopig niet ingevuld (tot aan de evaluatie waaruit mogelijk naar voren komt dat de raad zoveel opdrachten geeft dat er meer mensen nodig zijn).
D66 was het niet eens met die keuze omdat zij bang zijn dat binnen het bestuur de voorzitter te veel macht krijgt (in de wet staat dat na twee keer stemmen staken de stem van de voorzitter doorslaggevend is). Ook zijn ze bang dat bij ziekte/ afwezigheid van één van de bestuursleden het werk stil komt te liggen omdat er dan geen quorum meer is voor het houden van vergaderingen en het nemen van besluiten.
Deze problemen kunnen echter ook optreden bij grotere besturen. In het verleden is het voor gekomen dat er maar 1 DB’er gezond was en hij ging met zijn stukken onder de arm naar het ziekenhuis om vergaderingen te houden.
En bij 4 bestuursleden kunnen de stemmen ook staken.
Om een deel van de problemen op te lossen is het Reglement van orde van het dagelijks bestuur aangepast en wordt bij het staken van de stemmen het presidium geïnformeerd zodat de raad kan ingrijpen als zij dat wil.
D66 was daarmee niet tevreden en gaf aan dat zij het hogerop ging zoeken. Helaas heeft het demissionair college van Rotterdam op hun verzoek een brief gestuurd aan het dagelijks bestuur waarin wordt aangegeven dat Overschie zich niet aan de wet houdt met betrekking tot het aantal bestuursleden. Dit is echter niet het geval. Artikel 26 van de Verordening voor de deelgemeenten schrijft voor dat het dagelijks bestuur uit minimaal drie leden moet bestaan.
De deelraad van Overschie heeft het volgende besluit genomen: “De omvang van het dagelijks bestuur vast te stellen op drie zetels, volgens de minimale tijdbestedingnorm voltijds.” Dit besluit is dus niet in strijd met de verordening. De discussie gaat nu over de zin in de oplegnotitie waar staat dat het dagelijks bestuur feitelijk uit twee leden zal bestaan. Daar had moeten staan “voorlopig” feitelijk uit twee leden zal bestaan. Het staat de deelraad namelijk vrij om op elk gewenst moment een derde bestuurder te benoemen en zo de vacature in te vullen. Die ruimte is nadrukkelijk aanwezig aangezien de deelraad heeft besloten de omvang van het dagelijks bestuur vast te stellen op 3 zetels. Wij willen echter eerst afwachten wat de “workload” van het bestuur wordt alvorens een dergelijke beslissing te nemen.
De PvdA Overschie is blij met de reactie van de commissie Bestuurszaken van de gemeenteraad waarin zij de deelgemeente Overschie de ruimte geeft om deze proef uit te voeren en met ons te kijken naar de resultaten. Het uitleggen van de wet is een lastige zaak. Wij denken dat we binnen de wet blijven. Ook rechters komen vaak tot verschillende oordelen. We verwachten dat de deelgemeente op deze manier adequaat wordt bestuurd tegen de laagste kosten en dat is in deze tijd van bezuinigingen van groot belang voor onze burgers. En daar doen we het toch voor.